Gezond blijven werken bij werken in ploegendienst (Desso) / Pilot

Ploegendienst en het effect op de gezondheid van medewerkers

Drie-, vier- en vijfploegendiensten kennen arbeid in nachtdienst. De arbeidstijd in dergelijke roosters varieert van 40 (of 38, 37, 36) uur tot 36 of 33,6 uur gemiddeld per week. De bedrijfstijden bedragen respectievelijk 120 uur, 144 uur en 168 uur per week. Het is algemeen bekend dat onze biologische klok moeite heeft met het omdraaien van dag- en nachtritmes. Er is slechts ten dele sprake van enige aanpassing van de biologische klok bij het werken ’s nachts en slapen gedurende de dag. De geringe aanpassing die plaatsvindt is na circa 5 dagen bereikt. Daarna is er van aanpassing geen sprake meer en is de moeite die het lichaam moet doen om weer terug te keren naar een normaal dag-nachtritme het grootst. Om die reden is de aanbeveling dan ook om kortcyclisch te roosteren, dat wil zeggen zo kort mogelijk aaneengesloten in nachtdienst werken, bij voorkeur maximaal 2-3 nachtdiensten aaneen. In een drieploegendienst is het gewoonte om 5 nachten aaneengesloten te werken. De drieploegendienst wordt om die reden (samen met het verrichten van vijf vroege ochtenddiensten aaneengesloten werken) als het fysiek zwaarste rooster gezien. De uitdaging bij Desso is de variabele bedrijfstijdbehoefte in een duurzaam of ergonomisch verantwoord rooster vorm te geven.

Inconveniëntie van werktijden

De inconveniëntie of het ongemak van werktijden valt ruwweg in twee soorten te onderscheiden, namelijk gezondheidkundige en sociale inconveniëntie. Het voorliggende vraagstuk laat beide goed zien. De standaard drieploegendienst met nachtarbeid zal om gezondheidkundige redenen niet favoriet zijn, zeker niet bij een oplopende AOW-leeftijd en dus bij langer moeten doorwerken in ploegendienst. Werken in het weekeinde zal om sociale redenen bij sommigen minder favoriet zijn. De keuze zal dus afhangen van enerzijds de waardering die men geeft aan objectief vast te stellen gezondheidkundige aspecten en anderzijds van meer subjectief te bepalen sociale voorwaarden. Wat voor de één een probleem is, hoeft dat voor een ander niet te zijn. Bij het nadenken over de vormgeving van het rooster dient een balans gevonden te worden in de verantwoordelijkheid van zowel werkgever als werknemer om fit de finish te halen.

De duurzame organisatie

Naast de gewenste duurzame inzetbaarheid van medewerkers is het hebben van een duurzame organisatie van even groot belang. De marktvraag is zodanig dat het werk c.q. de productie tussen 90 en 130 uur per week uitgevoerd moet worden. Een meerjarige analyse laat zien dat deze bandbreedte circa 80% van de tijd voor komt. Er zijn uitschieters naar boven (circa 145 uur) en naar beneden circa (70 uur). Onderstaande grafiek laat het beeld zien.

 

 

 

De blauwe lijnen laten de fluctuatie in de netto bedrijfstijd per week zien (productie-uren 3 jaar) en de bandbreedte waarin die bedrijfstijd het meest voor komt. De oranje lijnen laten hetzelfde zien, maar dan inclusief omsteltijden en storingen: de bruto behoefte. De vraag is: kan een rooster ontworpen worden dat aan de fluctuerende bedrijfstijdbehoefte voldoet, ergonomisch goed is opgebouwd en hiermee aspecten van duurzame inzetbaarheid in zich bergt? Daarnaast dient vanwege de machinebezetting sprake te zijn van evenveel operators op elk moment (12).

Roosteropties
In optie 1 is sprake van een rooster met 12 groepen van 4 operators. Iedere groep start in een eigen regel en zakt na een week een regel in het rooster. Na 12 weken heeft iedereen het rooster volledig doorlopen. Binnen de mogelijkheden van de gewenste bedrijfstijd is het rooster voorwaarts roterend en kort cyclisch vormgegeven. Hiermee voldoet het aan een aantal aspecten van duurzame inzetbaarheid c.q. roosterergonomie. Bij acht uur arbeidstijd per dienst bedraagt de gemiddelde werkweek 36 uur. Het rooster biedt mogelijkheden om – indien gewenst – nog op te schakelen.

afb 2 desso

Optie 1

 

In optie 2 is sprake van 4 ploegen van 12 operators. Iedere ploeg start in een eigen regel en zakt na een week en regel in het rooster. In vier weken heeft iedereen het rooster volledig doorlopen. Getracht is het aantal nachtdiensten te minimaliseren. De voorwaarde is wel dat het productieproces zich (relatief) eenvoudig laat stoppen en starten, dan wel dat er op zijn minst onderzocht wordt of een technische oplossing hiervoor uitkomst kan bieden. Dit omdat van vrijdag tot en met zondag alleen ochtend- en middagdiensten worden gewerkt. De dienstlengte kan op deze dagen aangepast worden. Hierdoor ontstaat enige flexibiliteit. De wijze waarop vanuit productieplanning kan worden ingestoken op de beschikbare bedrijfstijd is eveneens van belang. In verband met de tijdbesteding die gemoeid kan zijn met het opstarten op zaterdag en zondag, kan onderzocht worden of een getrapte opkomst in de ochtenddienst uitkomst biedt.

af 3 desso

Optie 2

 

 

In optie 3 is uitgegaan van de mogelijkheid het productieproces dagelijks (relatief) eenvoudig te kunnen starten en stoppen. Het rooster heeft geen nachtdiensten meer en kan op basis  van een variërende arbeidstijd per dienst flexibel op de bedrijfstijdbehoefte inspelen. De bedrijfstijd die hiermee is afgedekt raakt echter wel de onderkant van de behoefte bij Desso

Optie 3

Optie 3

Bijzonderheden in de casus Desso

De bedrijfstijd bij Desso is in hoge mate afhankelijk van de marktvraag. Door de pieken en dalen in de marktvraag is het met name lastig om een goede forecast te maken van de bedrijfstijdbehoefte. De cijfers welke Desso heeft aangeleverd tonen een verschil tussen (budget) forecast en realisatie. De gerealiseerde bedrijfstijd fluctueert in een bandbreedte van 30% (en kan dus 15% hoger of lager uitvallen dan de (gebudgetteerde) forecast bedrijfstijd). In enkele periodes is deze afwijking groter.

 

De personele situatie bij Desso kan als stabiel worden omschreven. Men kent een minimaal verloop in het personeelsbestand. De huidige gemiddelde leeftijd is 45 – 50 jaar. Vanuit de medewerkers wordt aangegeven dat men het werken in nachtdiensten als zwaar ervaart. Bij een minimaal verloop in het personeelsbestand verwacht men dan ook dat in de komende jaren de ervaren belasting van werken in nachtdiensten alleen maar groter wordt en dit mogelijk kan leiden tot meer verzuim.

Overzicht roostertoeslag, bedrijfstijd en gemiddelde werkweek
De cao geeft een mogelijkheid van drie verschillende soorten arbeidsduur, te weten een 36-, 37- of 38-urige werkweek. Er lijkt bij het vaststellen van de roostertoeslag geen onderscheid te worden gemaakt naar de verschillende voltijd contractvormen. Met andere woorden: er is sprake van een absolute matrix waarin tijd geen compenserende factor is. In onderstaande tabel is een overzicht van de toeslagen en randvoorwaarden opgenomen welk behoren bij de drie getoonde roosteropties. De toeslagen zullen enigszins variëren indien de arbeidstijd per dienst variabel gebruikt wordt.

Toeslagkopie

Tips voor collega ondernemers

1. Ga bij het verrichten van nachtarbeid in het kader van duurzame inzetbaarheid uit van de vraag of de nachtarbeid noodzakelijk is;

2. Zoek bij het minimaliseren of opheffen van nachtarbeid naar mogelijke verbeteringen in het proces of verdeling van de werkzaamheden over andere tijdstippen van de dag om dit mogelijk te maken. Met andere woorden: is het absoluut noodzakelijk dat bepaalde werkzaamheden ’s nachts uitgevoerd worden;

3. Kijk naar de leeftijdcohorten in uw organisatie en leg die naast de gemiddelde uitstroom in het bedrijf. Wat zijn bij een onveranderde situatie mogelijke gevolgen over een aantal jaren;

4. Geef voorlichting over ergonomisch goede roosters en de bezwaarlijkheid van werken op onregelmatige tijdstippen;

5. Betrek medewerkers bij het zoeken naar oplossingen voor het vraagstuk;

6. Betrek de productieplanning bij het bedrijfstijd- en roostervraagstuk. Aanpassingen in de productieplanning kunnen ruimte bieden om betere roosters te maken.